Naar de hoofdinhoud Naar de navigatie

Interview Reny Wietsma: “Investeren in het welzijn en de brede welvaart van onze inwoners”

06 mei 2026

De Regio Deal Sierteeltregio draait om samenwerking, vernieuwing en toekomstbestendigheid. In een aantal interviews spreken we onder andere met de bestuurlijke trekkers van de drie programmalijnen. Wat drijft hen? Waar zien zij kansen en uitdagingen? En wat betekent de Regio Deal concreet voor inwoners, ondernemers en onderwijs?

In dit eerste interview: Reny Wietsma, wethouder in Teylingen en bestuurlijk trekker van programmalijn 2: Het versterken van de regionale arbeidsmarkt en leer-en werkomgeving.

Met positieve gezondheid als uitgangspunt kijken we vanuit een brede blik naar het vermogen van mensen om met alle uitdagingen in het dagelijks leven om te gaan. Het gaat om veerkracht, om fysiek en mentaal welzijn, om mee kunnen doen en zingeving ervaren. Door te investeren in relaties en kansen om te leren en werken in de regio, versterken we wat goed gaat én ondersteunen we wie dat nodig heeft, zodat ook jongeren hier kunnen blijven en hun toekomst kunnen opbouwen in deze regio.
Dit is bepalend voor de brede welvaart en de kwaliteit van leven van mensen.
Reny Wietsma

Wat sprak u persoonlijk het meest aan om deze rol als programmalijntrekker op u te nemen?

“Wat mij persoonlijk het meest aanspreekt, is de mogelijkheid om echt iets te betekenen voor de groep mensen die nu niet meedoet. In onze regio gaat het om zo’n 6.000 kinderen en jongeren die niet naar school gaan of geen werk hebben. Dat is enorm. Juist voor hen wil je het verschil maken. Vanuit een brede blik kijken we naar wat er écht nodig is, zodat zij weer kunnen aanhaken: naar school gaan, zich ontwikkelen en uiteindelijk ook perspectief hebben op werk en een zelfstandig bestaan. Werk en onderwijs zijn daarbij geen doel op zich, maar een middel. Ze dragen bij aan bestaanszekerheid; aan een woning, aan zingeving, aan meedoen in de samenleving. Binnen de stuurgroep zijn de drie programmalijnen verdeeld. Ik had wel een duidelijke voorkeur voor deze lijn. Omdat jeugd de toekomst heeft en omdat we steeds meer kwetsbare groepen zien in onze samenleving die meer moeite hebben om mee te doen. Dit gaat me wel enorm aan het hart. Juist op deze programmalijn vind ik het waardevol om een extra bijdrage te kunnen leveren. Overigens zijn alle programmalijnen belangrijk. Denk aan een gezonde leefomgeving, goede bodem en frisse lucht, en ook de rol van arbeidsmigranten, die we hard nodig hebben in de sector.

Waarom is ‘een leven lang ontwikkelen’ juist in de sierteeltregio zo belangrijk?

“De urgentie is groot en zorgt voor transformatie.
De sierteeltsector staat nooit stil. We hebben te maken met technologische ontwikkelingen, verduurzaming, vraagstukken rond gewasbescherming en bijvoorbeeld verzilting. Dat vraagt om innovatie, maar ook om mensen die daarin mee kunnen bewegen. Tegelijkertijd staat de sector onder druk en daarmee ook de brede welvaart in de regio. Als we willen dat deze mooie streek behouden blijft, moeten we investeren in kennis, innovatie en mensen. En dat begint bij goed onderwijs en ontwikkeling. Scholen willen wel, ondernemers ook, maar de verbinding is cruciaal. Daar ligt echt een sleutel. Daarnaast speelt beeldvorming een rol. Jongeren weten vaak niet wat werken in de sierteelt tegenwoordig inhoudt. Het is allang niet meer ‘op je knieën in het zand’, maar een sector waar je werkt met technologie, data en zelfs drones. Gelukkig zijn er mooie voorbeelden van jonge ondernemers die dat laten zien, zoals de ‘bollenjongens’ die het vak opnieuw op de kaart zetten. Dat soort initiatieven helpt enorm. Uiteindelijk moet de sector zichzelf blijven vernieuwen. Alleen dan zorgen we ervoor dat mensen er willen blijven werken en dat nieuwe generaties zich aangetrokken voelen.”

U bent als bestuurder ook verbinder. Hoe brengt u de verschillende partijen in de regio samen?

“Voor mij is verbinden een essentieel onderdeel van mijn rol. En eerlijk gezegd: daar wil ik nog veel meer in doen.Verbinden begint met naar buiten gaan. Niet achter je bureau blijven zitten, maar in gesprek met ondernemers, scholen, inwoners. Begrijpen wat er speelt, waar behoefte aan is en waar knelpunten zitten. En het mooie van deze rol is dat je op veel verschillende plekken komt. Dat geeft de kans om echt verbinding te leggen. We moeten ons als overheid ook realiseren dat we het niet alleen kunnen doen. We trekken samen op met bedrijven, onderwijs en inwoners. Dat betekent dat we goed moeten weten wat zij nodig hebben en soms ook moeten kijken hoe we regelgeving kunnen versimpelen. Er wordt wel eens gezegd dat overheden plannen bedenken vanachter een bureau. Juist daarom is het belangrijk om die beweging naar buiten te maken. Uiteindelijk draait het om vertrouwen. Je werkt samen aan hetzelfde doel. Je staat niet tegenover elkaar, maar naast elkaar. Alleen zo kom je verder.”

Wat zijn voor u de belangrijkste ambities binnen deze programmalijn? Wanneer is het een succes?

“Mijn belangrijkste ambitie is dat minder mensen langs de kant staan. Dat betekent concreet minder kinderen die thuiszitten, meer jongeren die een passende plek vinden en dat we hen enthousiasmeren om naar school en later aan het werk te gaan. Ik zou het mooi vinden als we met deze Regio Deal zichtbaar kunnen maken dat mensen meer kansen op duurzaam werk hebben gekregen. Dat ze zich hebben kunnen ontwikkelen, en dat ze kennis hebben gemaakt met sectoren zoals de sierteelt. Daarnaast is het belangrijk dat we de sector zelf beter op de kaart zetten, zodat die aantrekkelijk wordt voor jonge mensen. Maar het gaat breder dan alleen sierteelt, ook sectoren zoals de zorg spelen hierin een rol. Een ander belangrijke voorwaarde voor succes is samenwerking. Zodat er duurzame verbindingen ontstaan tussen onderwijs en bedrijfsleven. Initiatieven zoals de Green Campus kunnen daarin echt het verschil maken. Als we dat voor elkaar krijgen, hebben we een stevige basis voor de toekomst.”

Kunt u een voorbeeld geven van een initiatief dat echt het verschil kan maken?

“Een mooi voorbeeld is het onderzoek naar de ontwikkeling van een Green Campus in de regio. Dat zou een plek zijn waar alles samenkomt: onderwijs, praktijkgericht onderzoek, innovatie en ontmoeting. Ondernemers kunnen daar samenwerken aan nieuwe teeltmethoden en technologieën, studenten leren in een realistische omgeving en kennisinstellingen kunnen hun onderzoek direct toepassen in de praktijk. Op dit moment is veel nog versnipperd. Juist door dat te bundelen, kun je sneller stappen zetten en meer impact maken. Daarnaast wordt, om uitvoering te geven aan de Human Capital Agenda, in de Sierteeltregio een Human Capital Platform opgericht. Daarin werken ondernemers, onderwijs en overheid structureel samen aan arbeidsmarktvraagstukken. Niet alleen praten, maar ook prioriteren en vertalen naar concrete acties. Zo worden praktijkgerichte leeromgevingen opgezet, waarin werkenden, studenten en docenten samen leren en innoveren. In het verlengde daarvan wordt een duurzaam regionaal scholingsaanbod ontwikkeld dat beter aansluit bij de dagelijkse realiteit van bedrijven en werkenden.

Wat ik zelf belangrijk vind, is dat we ook inzetten op praktijkgerichte leeromgevingen. Plekken waar studenten, werkenden en docenten samen leren en innoveren. Maar we moeten ook eerlijk kijken naar wat mensen nodig hebben. Jongeren willen vaak wel leren, maar het moet ook lonen. Het leven is duur. Daarom is het belangrijk om te investeren in bijvoorbeeld betaalde stages en werk-leertrajecten. Dat geldt trouwens niet alleen voor jongeren, maar ook voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Erkenning en waardering spelen een grote rol. Als mensen het gevoel hebben dat ze ertoe doen, zijn ze veel eerder gemotiveerd om mee te doen.”

Wat merkt een inwoner, student of werknemer straks concreet van deze inzet?

“Uiteindelijk moet het bijdragen aan brede welvaart. Dat betekent: een regio waarin mensen gezond, fysiek én mentaal, kunnen leven, zichzelf kunnen redden, zich kunnen ontwikkelen en mee kunnen doen. Kortom alles wat nodig is om een gelukkig leven te leiden. Concreet willen we dat mensen makkelijker de weg vinden naar onderwijs, werk en ontwikkel-mogelijkheden. Dat vraagt ook om goede communicatie en zichtbaarheid. We moeten laten zien wat er gebeurt in de regio. Door gerichte inzet van communicatiemiddelen moeten we ervoor zorgen dat de juiste informatie de juiste mensen ook echt bereikt. Zodat mensen weten: waar kan ik terecht? Wat zijn mijn kansen? Dus meer inzet op het betrekken van jongeren en mensen die nu nog ‘op de bank zitten’ en hen helpen om weer mee te doen. Het effect is niet altijd direct meetbaar, maar als we zien dat meer mensen meedoen, zich ontwikkelen en zich beter voelen, dan weten we dat we op de goede weg zijn.”

Waar liggen volgens u de grootste uitdagingen?

“De grootste uitdaging is misschien wel het laten zien en voelen van urgentie. Als dingen ‘goed genoeg’ gaan, is het lastig om echt te veranderen. Terwijl we weten dat verandering nodig is. We zien bijvoorbeeld ontwikkelingen zoals verzilting of druk op de sector. Dat komt steeds dichterbij. Tegelijkertijd zien we ook de groep mensen die nu niet meedoet. Dat vraagt om actie. De kunst is om samen die urgentie te voelen en vanuit een gedeelde blik in beweging te komen. Daarnaast vraagt het ook om lef. Durven loslaten wat niet meer werkt. Niet blijven trekken aan een dood paard, maar keuzes maken en dingen anders organiseren. Dat betekent ook: anders samenwerken, netwerken versterken en slagvaardig handelen. En tegelijkertijd zit daar ook een kans. Juist de druk en de uitdagingen kunnen ons helpen om anders te denken en te doen en om daarmee sterker uit deze fase te komen.”

Tot slot: waar bent u het meest trots op als u kijkt naar wat er tot nu toe is bereikt?

“Ik ben vooral trots op de samenwerking die we in relatief korte tijd hebben opgebouwd. Het is bijzonder hoe het Regio Deal proces tot stand komt. Onder flinke tijdsdruk, met veel verschillende partijen en belangen, is het toch gelukt om samen iets neer te zetten. We werken met meerdere regio’s die met vergelijkbare uitdagingen te maken hebben. De gemeentegrenzen zijn er, maar in de praktijk werken we steeds meer samen. Dat we deze Regio Deal hebben binnengehaald, is een prestatie waar we trots op mogen zijn en wat vertrouwen geeft voor het verder bouwen. Trots ben ik ook op de mensen die de voorbereiding doen zodat we in de stuurgroep de juiste beslissingen kunnen nemen. Ik voel grote betrokkenheid, dat vind ik heel leuk. Samenwerken aan hetzelfde doel; een duurzame en toekomstbestendige sierteeltregio, daar ben ik misschien nog wel het meeste trots op.”